De Via Alpina als leidraad

Mannheim: zonnige stad tussen Rijn en Neckar

Om de kaart te vergroten a.u.b. op het vakje in de linkerbovenhoek klikken! De grotere kaart opent op een nieuwe pagina.


3 juli 2023

Wandelen door één stad met twee sferen!

Toen ik de laatste keer, op 6 april, een tussenstop had gemaakt in Mannheim, op weg naar Arnhem, had ik niet alleen een buitengewoon behaaglijke overnachting gehad (in het NH-Hotel Mannheim), maar had ik ook gezien dat dit jaar in Mannheim de tweejaarlijkse Bundesgartenschau, de grootste tuinshow van Duitsland, zou worden gehouden: van 14 april tot en met 8 oktober! Daar wilde ik zeker heen… Voor de Bundesgartenschau had ik online een entreebewijs gekocht dat twee dagen geldig was: voor het weekend van zaterdag 1 juli en zondag 2 juli, waarover later meer! Daarom was ik afgelopen vrijdag, 30 juni, in alle vroegte, met de internationale stoptrein afgereisd naar Düsseldorf om vandaar verder te reizen naar Mannheim in het noordwestelijk gedeelte van de deelstaat Baden-Württemberg, waar de rivier de Neckar uitmondt in de Rijn.

Na het inchecken in het NH-Hotel Mannheim ben ik – gewoontegetrouw – door de stad gaan lopen: op vrijdagmiddag, maar ook op zondagmiddag. Op beide momenten was het heerlijk weer. De stad Mannheim bestaat feitelijk uit twee gedeelten: de binnenstad met haar stratenpatroon als een schaakbord én door de Oststadt, het oostelijke gedeelte van de stad dat vanaf de 1875er jaren is gebouwd – twee compleet verschillende werelden!

De binnenstad, de “Innenstadt”, is niet alleen het centrum van het tegenwoordige Mannheim, maar ook de plek waar de stad is ontstaan. Bronnen vermelden het jaar 766. De naam gaat terug op een zekere “Manno“ die op de plek tussen de Rijn en de Neckar een vissersdorpje vestigde. Omdat het dorp op zo’n bijzondere (gunstige) plek lag, werd het in 1606 verheven tot keurvorstelijke residentie waar het Kasteel van Mannheim werd gebouwd. Dit kasteel is 440 meter lang en daarmee een van de grootste feodale bouwwerken in Europa. In 1607 werd ten noorden van het kasteel de stad gebouwd. Men heeft toen het stratenpatroon zo aangelegd dat er een “schaakbord” is ontstaan met 144 “Quadraten”. De stad is sinds de stichting meerdere malen geheel of gedeeltelijk verwoest – en ook weer opgebouwd: in einde van de 17e eeuw (in 1689) en tijdens de Napoleontische oorlog (1795), maar ook in de Tweede Wereldoorlog door geallieerde bombardementen.

Het oostelijke stadsdeel, de “Oststadt“, wordt in het noorden begrenst door de rivier de Neckar. In het westen sluit het aan bij de noordelijke gedeelte van de binnenstad. Er werden voor dit gebied al vanaf de 1870er jaren plannen voor bebouwing gemaakt en ontwerpwedstrijden uitgeschreven, maar pas in het begin van de 1890er jaren kwam er weer belangstelling voor dit stadsdeel, zeker toen vanaf 1896 de Mannheimer Watertoren werd gebouwd. Er werden brede straten aangelegd en ruim opgezette blokken met luxueuze woonhuizen gebouwd. Het gebied werd (en wordt nog steeds) doorsneden door een 60 meter brede hoofdstraat (die later de Augustaanlage is genoemd). Deze allee is vernoemd naar Augusta von Sachsen-Weimar-Eisenach (1811–1890), de echtgenote van de latere Keizer Wilhelm I. (Vroeger werd Augustaanlage geschreven als Augusta-Anlage, wat gemakkelijker las: bij de spellingsherziening van 1980 werd echter ook deze schrijfwijze aangepast…). Aan het einde van de 19e eeuw werd ook het Luisenpark ingericht. In dit oude park wordt nu dus (een gedeelte van) de Bundesgartenschau gehouden. Het stadsdeel Oststadt heeft door de mindere dichte bebouwing minder schade ondervonden door de bombardementen in de Tweede Wereldoorlog.

De binnenstad van Mannheim als “Quadratestadt

Zoals aangegeven heeft Mannheim een lange geschiedenis. Het “schaakbord”-patroon van de straten heeft Mannheim ook de naam “Quadratestadt” gegeven. Er zit een systeem in dat in de loop van de eeuwen enkele malen gewijzigd is… De hoefijzervormige binnenstad ligt tussen de Rijn en de Neckar, ongeveer 3½ kilometer oostelijk van de plaats waar de Neckar in de Rijn uitmondt. Vanaf het Kasteel van Mannheim loopt de iets meer dan 1 kilometer lange “Breite Strasse” die officieel de ”Kurpfalzstrasse” heet, van zuidwest naar noordoost door het centrum. Halverwege is de kruising met de bijna 1½ kilometer lange straat “Planken”, nu de belangrijkste winkelstraat, die van noordwest naar zuidoost loopt en uitkomt bij de westelijke kant van de Oststadt. Door de andere straten die parallel aan deze twee hoofdassen lopen wordt de binnenstad in rechthoekige huizenblokken verdeeld, de “Quadrate”, die in plaats van straatnamen codes uit een hoofdletter (A tot en met U) en een cijfer (1 tot en met 8). Mooi geëmailleerde bordjes met witte letters en cijfers op een blauwe ondergrond geven het Quadrat aan. Dit schaakbord wordt omsloten door brede verkeerswegen, die de Ring vormen.

Het Kasteel van Mannheim is nu in gebruik bij door de Universiteit van Mannheim. Toen ik daar in de buurt was, kon ik niet naar binnen vanwege een evenement, dus liep ik verder. Ik kwam toen bij één van de grotere pleinen in het centrum, het Schillerplatz Plein, dat ingesloten ligt tussen Quadrat A-3 en Quadrat C-3. Daar staat een herdenkingsmonument voor de Trümmerfrauen, letterlijk “puinruimsters”, vrouwen die in de Duitse steden na de verwoestende bombardementen tijdens de Tweede Wereldoorlog de nog bruikbare bouwmaterialen van de troep moesten scheiden. Het waren de vrouwen die het werk moesten doen, omdat de mannen aan het front waren – en eventueel omgekomen – of in krijgsgevangenschap waren. Deze Trümmerfrauen hebben op deze wijze de eerste aanzet gegeven tot de wederopbouw van het land. In 1995, 50 jaar na het einde van de oorlog, zijn ze geëerd met dit monument dat is ontworpen door twee kunstenaressen uit Mannheim: Maritta Kaltenborn (*1936) en Waltraud Suckow (1924–2009). In het monument komt het sinds de 1950er jaren vertelde verhaal terug over het leed van de vrouwen, maar ook over wat zij hebben gepresteerd voor de samenleving. Het laat een groep van negen vrouwen zien, terwijl zij bezig zijn om stenen afbikken, tegen de achtergrond van een gehavende stad. Elke figuur staat symbool voor de verschillende type vrouwen uit de naoorlogse tijd: een vrouw met een kind, een zwangere vrouw, een gebrekkige, duidelijk door de oorlog getekende oude vrouw, een vrouw die zich nergens iets van aantrekt, een peinzende vrouw en twee vrouwen die elkaar over en weer helpen. Het monument laat hiermee een successtory zien: het is een opengeslagen boek, waarbij de linker bladzijde de chaos en de puinhopen van de naoorlogse tijd weergeeft en de rechter bladzijde de rust en ordening die inmiddels weer zijn ontstaan.

20230702_150805 (2)
Mannheim: op het Schillerplatz plein staat sinds 1995 het monument ter ere van de Trümmerfrauen (vrouwen die na de Tweede Wereldoorlog het puin van de bombardementen opruimden) van de kunstenaressen Maritta Kaltenborn (*1948) en Waltraud Suckow (1924-2009)

Behalve de tekst over de erkenning dat deze vrouwen hebben geleden en gewerkt in de stad Mannheim om deze weer leefbaar te maken en de dankbetuiging hiervoor, staat er ook de eerste strofe van een indrukwekkend gedicht van de Duitse schrijfster en dichteres Ricarda Huch (1864–1947) op. Het complete gedicht, dat is opgenomen in de gedichtenbundel Herbstfeuer (1944), luidt:

Nicht alle Schmerzen sind heilbar, denn manche schleichen
Sich tiefer und tiefer ins Herz hinein,
Und während Tage und Jahre verstreichen,
Werden sie Stein.

Du sprichst und lachst, wie wenn nichts wäre,
Sie scheinen zerronnen wie Schaum.
Doch du spürst ihre lastende Schwere
Bis in den Traum.

Der Frühling kommt wieder mit Wärme und Helle,
Die Welt wird ein Blütenmeer.
Aber in meinem Herzen ist eine Stelle,
Da blüht nichts mehr.

20230702_150734 (2)
Mannheim: op het Schillerplatz plein staat op het monument ter ere van de Trümmerfrauen (puinruimsters) de eerste strofe van een gedicht van de Duitse schrijfster Ricarda Huch (1864-1947)

Mannheim wordt ook wel “Schillerstad” genoemd: de beroemde Duitse toneelschrijver, dichter en filosoof Friedrich Schiller (1759–1805) is in 1781 in Mannheim doorgebroken met zijn toneelstuk “Die Räuber“, waarvoor hij zich liet inspireren door “King Lear” van Shakespeare en een waargebeurd verhaal uit zijn vriendenkring. Schiller wordt in de oude stad geëerd met een groot standbeeld, dat in 1862 is ontworpen door Carl (Karl) Cauer (1828–1885) in classicistische stijl. De poëet in nu grijsgroen geworden brons staat er zwierig bij!

Andere erkenningen voor beroemde personen hangen aan de buitenmuur van de aan de zuidzijde van het Schillerplatz Plein in Quadrat A-3 staande Jezuïetenkerk (die Jesuitenkirche St. Ignatius und Franz Xaver): er hangt een sierlijke ovale plaquette die herinnert de componist Wolfgang Amadeus Mozart. Er wordt vermeld dat tijdens de vier keren dat Mozart in Mannheim verbleef, hij de mis in deze kerk bijgewoond heeft. Een andere plaquette op de kerk, die er wat strakker uitziet, memoreert het feit dat de vroegere bondskanselier Helmut Kohl (1930–2017) ook regelmatig de mis bijwoonde. De plaquette is gedateerd op 3 april 2020 – ter gelegenheid van Kohl’s 90ste geboortedag.

De Jesuitenkirche kerk is gebouwd tussen 1733 en 1756 en is gewijd aan twee jezuïtische heiligen, de oprichter van de Orde, St. Ignatius van Loyola (1491–1556) en Franciscus Xaverius (1506–1552). De laatstgenoemde speelde een belangrijke rol bij de verspreiding van het geloof in Zuid- en Oost-Azië. De opdrachtgevers van deze kerk waren twee keurvorsten: Karel III (1661–1742) en Karel Theodoor (1724–1799), die het keurvorstendom van zijn oudoom erfde. In 1906 zijn zij als standbeeld vereeuwigd in twee nissen van het voorportaal van de kerk. De kerk staat vlak bij het Kasteel van Mannheim: oorspronkelijk was de kerk met een gang verbonden met het Kasteel. Het grote gebouw is imposant: dat was ook de bedoeling, want Mannheim en omgeving waren toen overwegend protestant. Aan het kerkinterieur hebben destijds beroemde kunstenaars uit vele disciplines meegewerkt. De kerk geldt nu als een van de mooiste barokkerken in Zuidwest-Duitsland.

20230702_152731 (2)
Mannheim: interieur met hoogaltaar in de barokke Jesuitenkirche kerk uit het midden van de 18e eeuw

In 1960 was de schade door de bombardementen in de Tweede Wereldoorlog hersteld en de kerk weer opgebouwd – nu ziet zij er prachtig uit. Er stonden enkele foto’s van de schade die door die bombardementen was aangericht – letterlijk een puinhoop! Op een van de foto’s is te zien hoe het hoogaltaar er na de nacht van 5 op 6 september 1943 uitzag… Dat hoogaltaar van bijna 20 meter is gereconstrueerd en (pas) in 1997 gewijd. Men heeft bewust gekozen voor een “vrije” kopie, omdat men op basis van foto’s het altaar niet exact kon herbouwen. Het rood geaderde marmer (eigenlijk een kalksteen: Lahnmarmor) dat de kerk zo kleurrijk maakt, kon – net als in de 18e eeuw – gedolven worden uit een inmiddels stilgelegde groeve in de plaats Villmar in de deelstaat Hessen.

Rechts van het hoogaltaar stond op een sokkel een in ruw brons vormgegeven kop van de Jezuïetenpater Albert Delp (1907–1945). Op de plaquette aan de zijkant stond kort en krachtig “Jesuit – Sozialethiker – Widerstandskämpfer” met nog wat nadere informatie. Alfred Delp was in het oude centrum van Mannheim geboren en katholiek opgevoed, maar ook met protestante invloeden. Hij koos er na zijn middelbare school voor om toe te treden tot de Orde van de Jezuïeten en werd in 1937 tot priester gewijd. Hij was lid van de “Kreisauer Kreis“, een in 1940 opgerichte Duitse beweging die zich verzette tegen het nationaalsocialisme. In die beweging die vanuit christelijke overtuiging handelde (er waren zowel protestanten als katholieken lid) werden tevens plannen gemaakt voor de tijd ná het nationaalsocialisme – daarbij sterk steunend op de (christelijke) religie. Pater Delp was een van de drijvende krachten in die Kring. Na het mislukken van de coup tegen Hitler op 20 juli 1944 werd hij gearresteerd, ook al had hij niet deelgenomen aan de voorbereidingen – zijn lidmaatschap van de Kreisauer Kreis was voldoende voor een terdoodveroordeling wegens hoog- en landverraad. De Gestapo gaf hem daarop de mogelijkheid om vrij te komen op voorwaarde dat hij uit de Jezuïetenorde zou stappen, maar dat weigerde Delp. Hij werd op 2 februari 1945 ter dood gebracht – op weg naar de galg heeft hij tegen de gevangenispastor gezegd: “Over een paar minuten weet ik meer dan u!” Wat een onwrikbaar geloof! Ik heb toen bij zijn beeltenis een Kaarsje voor de Wereldvrede opgestoken.

Meer naar het noordoosten ligt een groot plein, de Toulonplatz. Deze omgeving heeft altijd sterk onder militaire invloed gestaan. De stijl van het Arsenaal, het Zeughaus, dat Keurvorst Karl Theodoor in 1777–1779 als wapendepot heeft laten bouwen is deels nog laatbarok, maar ook al classicistisch. In de 19e eeuw werd het ook gebruikt als kazerne en later als lazaret. Toen in het begin van de 20e eeuw de stad Mannheim het gebouw in bezit kreeg werd er eerst als opslagloods, daarna als pandhuis, maar ook al snel als museum gebruikt. In de Tweede Wereldoorlog liep het gebouw ook grote schade op – nog lang daarna was het voorzien van een tijdelijk dak. Nu is er een museum in gevestigd.

20230702_153438 (2)
Mannheim: op het Toulonplatz plein in de binnenstad, in Quadrat C-5, staat het Arsenaal, het Zeughaus, uit 1779, waarin nu een museum is gevestigd

Toen in het begin van de 20e eeuw de militairen verhuisden naar kazernes op andere plaatsen in de stad, werden de oude gebouwen afgebroken. Toen was er aan de westkant van het plein ruimte voor het Jugendstilgebouw van de Kurfürst-Friedrich-Schule. Nu heet de school de Friedrich-List-Schule, vernoemd naar de Duitse econoom uit het begin van de 19e eeuw Friedrich List (1789–1846) die bekend is geworden door zijn liberale benadering van de economie. De oorspronkelijke naam wordt nog vermeld op het mooie reliëf op de gevel. De school is in 1914 gebouwd naar ontwerp van de uit Noord-Duitsland stammende architect Richard Perrey (1866–1937). Hij heeft rond de vorige eeuwwisseling als hoofd van het Bauamt met zijn vernieuwende visie het stadsbeeld van Mannheim sterk beïnvloed, wat door de plaatselijke overheid werd toegejuicht: hij paste de bouwstijl van de neogotiek toe en maakte façades van baksteen. Toch heeft hij er steeds voor gezorgd dat zijn ontwerpen pasten in het barokke karakter van de stad.

Iets meer naar het noorden in Quadrat E-6 staat sinds 1983 het beeld Friedesengel uit 1952 dat is ontworpen door Gerhard Marcks (1889–1981). Het beeld is een monument ter herdenking van de slachtoffers van het Nationaalsocialisme en de Tweede Wereldoorlog. Andere namen zijn “Mannheimer Engel” of in de volksmond wat oneerbiedig “Die schepp’ Liesel” (vrij vertaald: Scheve Liesje). Het stadsbestuur heeft in 1951 juist Gerhard Marcks de opdracht gegeven, omdat zijn kunst in de nazitijd als “entartet” was beschouwd en omdat hij al eerder het thema van een engel had gebruikt. Door de schuine positie en de gestrekte voeten wekt het beeld inderdaad de indruk dat de engel echt zweeft. De engel straalt enerzijds iets van vertroosting uit, maar anderzijds ook veel innerlijke pijn. De Friedensengel werd eerst opgesteld op het Schillerplatz Plein, naast het gebouw van het Nationale Theater en in november 1952 onthuld. Er is in de loop van de jaren nogal wat politiek “gedoe” geweest rond het beeld en rond de standplaats. Aanvankelijk wilde het stadsbestuur dat de Friedesengel het centrale punt zou vormen voor de herdenking van de gruwelen van 1933 tot 1945. Na een paar jaar gaven de groepen van militaire veteranen en teruggekeerden aan dat zij niet op dezelfde plek hun herdenkingen wilden houden als de slachtoffers van de nazidictatuur… Bij de herdenking in 1955, 10 jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog , werd door sprekers opgeroepen tot een moment van bezinning: “Erinnerung ist Pflicht, auch und gerade wenn sie schmerzt“, zich herinneren is een plicht, ook en vooral als het pijnlijk is. Op de oorspronkelijke plek, op het Schillerplatz Plein, stond op de betonnen muur achter het beeld, behalve “1933–1945“, de krachtige tekst “Es mahnen die Toten” (De doden waarschuwen). Nu het beeld verplaatst is naar het meer besloten pleintje naast de Spitalkirche – die verplaatsing was nodig omdat er huizen gebouwd werden op het Schillerplatz Plein – ontbreken de teksten op de gemetselde muur. Wel staat er ook het “Sinti-Mahnmal” uit 1996, ter herinnering aan de 100 Sinti-families uit de stad die door de nationaalsocialisten tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn vermoord. Op het strak vormgegeven rechthoekige monument van grauw natuursteen liggen een paar kleine scherpe steentjes… Dat maakt de boodschap extra duidelijk.

In de binnenstad komen vele gezindten samen, die allen hun eigen gebedshuizen hebben. Zo staat de Synagoge met daarbij een gemeenschapshuis uit 1987 op dezelfde plek als de eerdere hoofdsynagoge uit 1855 (in Quadrat F-3) die tijdens de Reichskristallnacht van 1938 is verwoest. Na de oorlog heeft de Joodse geloofsgemeenschap op andere plekken in de stad haar vieringen gehouden. Het terrein van de synagoge staat heeft tot in de 1970er jaren braak gelegen: het werd gebruikt als parkeerterrein… Het gebouw heeft een bijzondere architectuur, waarbij de grote romaans-aandoende ramen met glas-in-lood opvallen! Er is gekozen voor rood beton als verwijzing naar het rode zandsteen dat overal in Mannheim is gebruikt.

20230702_155132 (2)
Mannheim: in Quadrat F-3 staat het moderne gebouw van de Synagoge uit 1987 – op dezelfde plek als de oude in 1938 verwoeste Synagoge uit 1855

De oorspronkelijke Trinitatiskirche kerk in Quadrat G-4 die in 1709 door de lutherse geloofsgemeenschap was ingewijd, werd in de Tweede Wereldoorlog geheel verwoest: bij het bombardement van begin 1945 stortten de buitenmuren die nog overeind stonden na het bombardement van september 1943, ook in. Toen men de kerk wilde herbouwen ontstond de discussie of dit moest gebeuren in de klassieke of juist in een hedendaagse stijl. Men koos voor het laatste – voor het ontwerp van de opkomende architect Helmut Striffler (1927–2015): het werd een zeshoekig gebouw van open beton in de stijl van het Brutalisme, met bijzondere vensters, waarvan de kleurrijke glasstukjes over alle wanden zijn verspreid, en met een heel hoge, vrijstaande kerktoren. Met dit kerkontwerp vestigde de architect zijn naam. De nieuwe Tritinatiskirche kerk werd in maart 1959 ingewijd. In de loop van de decennia sloeg hier ook de leegloop van de kerken toe: vanaf 2017 wordt de kerk gebruikt als oefenruimte voor hedendaagse dans – “EinTanzHaus” staat boven de toegangsdeur. Van de buitenkant maakte het gebouw dat men ooit aanduidde als “het mooiste moderne sacrale gebouw van Europa“, nu een wat desolate indruk, vooral door het onverzorgde kerkterrein vol met doorgeschoten en vergeeld gras. De glasfragmenten vormen donkere plekjes op de muren.

Maar één woonblok meer naar het oosten ligt in Quadrat G-1 het Marktplatz plein dat aan de Kurpfalzstrasse, de straat die het oude centrum van zuidwest naar noordoost doorsnijdt. Het plein wordt in het zuiden afgeschermd door het aan elkaar gebouwde Altes Rathaus en de Kirche St. Sebastian kerk, waarvoor de eerste steen in 1700 werd gelegd. De kerktoren staat in het midden van de twee identieke gebouwen. Deze wijze van bouwen wordt ook wel de “Mannheimer Symmetrie” genoemd. Op de – wel erg rode – muur van het oude Raadhuis hangt een plaquette met wat bouwfeitjes: het is het oudste nog bestaande gebouw in de stad uit de tijd dat zij werd gesticht. Het heeft de functie van raadhuis gehad van 1705 tot 1910. Na de Tweede Wereldoorlog stond alleen nog de façade overeind – in de jaren 1952 tot 1954 volgde de wederopbouw. Iets uit een andere tijd – het jaartal 1711 wordt vermeld! – zijn de twee houten latjes in de buitenmuur van het raadhuis: deze dienden als meetlat voor de toenmalige marktkooplieden én hun klanten. De standaardlengten voor de Rheinländische Elle en voor de Rheinländischer Fuss worden aangegeven: 61 cm resp. 31,4 cm!

20230702_155804 (2)
Mannheim: zicht op het complex uit 1700 van het Altes Rathaus (links) en de St. Sebastiankirche (rechts) met de kerktoren in het midden aan de zuidzijde van het Marktplatz Plein in Quadrat G-1

Op het plein staat aan de noordzijde ook de Marktplatzbrunnen fontein, waarvan de oorspronkelijke beeldengroep uit 1769 stamt en als thema “Mannheim” had. De vier figuren stellen de stadsgodin Mannheimia, Mercurius, de god van de handel, en de riviergoden Neckar en Rijn voor. Pas in 1887 werd de fontein aan het ensemble toegevoegd. Ook dit monument is in de verschillende oorlogen beschadigd geraakt: in 1795, maar ook in de Tweede Wereldoorlog. De beeldengroep is in 2005 opnieuw gerestaureerd – men vond het toen blijkbaar niet meer nodig om het smeedijzeren sierhek dat er altijd omheen had gestaan, terug te plaatsen. Nadat de groep toch beschadigd was geraakt door vandalisme, werd het hek weer neergezet… Het anti-duivennet is steeds wel hard nodig: om te voorkomen dat de uitwerpselen van de vogels in het water van de fontein vallen!

De beeldengroep is een replica. Het origineel wordt ergens anders bewaard. In de stad bestaat een club, Stadtbild Mannheim e.V., een vereniging van geëngageerde burgers die zich inzetten voor het behoud en herstel van het historische stadsbeeld. Op haar website vermeldt zij dat één van haar nieuwe projecten een “Lapidarium” wordt: een plek waar op een verantwoorde manier een grote verzameling stenen beelden kan worden opgeslagen. Dit kan (tijdelijk) tijdens de Bundesgartenschau worden gerealiseerd: in een van de overdekte hallen op het Spinellipark worden o.a. de originele onderdelen van de Marktbrunnen fontein getoond. Daar staan op houten pallets als de losse onderdelen de Watergod Rijn en de Stadsgodin Mannheimia (tot aan haar middel!) en Mercurius opgesteld! De beelden zijn nogal gebutst…

20230701_143944 (2)
Mannheim: tijdens de Bundesgartenschau 2023 zijn onderdelen van de originele Marktbrunnen beeldengroep uitgestald – Watergod Rijn (links) en stadsgodin Mannheimia en Mercurius (rechts)
Mannheim aan de Neckar en aan de Rijn

Op zondag wilde ik na mijn tweede bezoek aan de Bundesgartenschau de rivier de Neckar van dichtbij bekijken: ik had de rivier wel al vanuit de lucht gezien, vanuit de kabelbaan tussen de twee locaties waar de tuintentoonstelling werd gehouden! Vanaf de uitgang van het Luisenpark liep ik naar het westen en kwam op zeker moment bij een verkeersbrug over de Neckar. Dit was de Friedrich-Ebert-Brücke verkeersbrug over de Neckar, waarvan de voorganger uit 1925 stamt: tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog blies de Duitse Wehrmacht deze brug op om de geallieerde opmars te stuiten. Nadat er als snel na 1945 een noodbrug was aangelegd, werd een nieuwe brug op dezelfde plaats gebouwd en al in mei 1946 geopend. In 1963 breidde men de brug uit met een tweede rijbaan om het toenemende verkeer te kunnen verwerken. Ook de eerste brug heette al Friedrich-Ebert-Brücke: zij is vernoemd naar de Duitse politicus Friedrich Ebert (1871–1925), die lid was van de SPD (Sozialdemokratische Partei Deutschlands), de Sociaaldemocratische Partij van Duitsland. Hij was ook de eerste President van Duitsland van 1919 tot 1925. Ongeveer 3½ kilometer ten westen van de brug stroomt de Neckar in de Rijn: het water heeft dan al bijna 360 kilometer afgelegd vanaf de bron in het zuidelijke gedeelte van het Zwarte Woud tot aan dit punt…

Vanaf de brug was ook in oostelijke richting de Fernmeldeturm Mannheim op de linkeroever van de Neckar duidelijk zichtbaar. De bijna 218 meter hoge zendmast is tussen 1973 en 1975 gebouwd in het gebied ten noorden van het Luisenpark, vlakbij de Neckar. Met deze hoogte behoort de mast tot de hoogste zendmasten in Duitsland en is nu een van de moderne iconen van de stad. Deze nieuwe zendmast was nodig omdat er in de 1960er jaren in de regio Mannheim steeds meer klachten kwamen over de slechte ontvangst van radio- en tv-signalen. Op een hoogte van 121 meter is aan de onderkant van het op een “kraaiennest” van een zeegaand zeilschip lijkende bouwwerk op de schacht van de mast een uitzichtplatform ingericht en op 125 meter hoogte een draaiend restaurant. Vanaf beide punten is er een prachtig uitzicht over de stad en de omgeving. Het tijdstip van de opening was ook gunstig: de mast werd op tijd opgeleverd voor de in 1975 ook al in Mannheim gehouden Bundesgartenschau.

20230702_123247 (2)
Mannheim: zicht vanaf de Friedrich Ebert-Brücke brug op de Neckar naar het oosten met rechts de 217 meter hoge zendmast

Vanaf de Neckar ben ik verder naar het zuiden gelopen, o.a. door een openbaar gedeelte van het westelijke Luisenpark. Daarna kwam ik weer uit bij het park rond de Watertoren. Daar heb ik even wat geluncht in een hippe tent die bij het Museum, de Kunsthalle, hoorde. Toen wilde ik ook nog even de Rijn zien: midden op de Konrad-Adenauer-Brücke brug is ook de grens tussen twee deelstaten: de linkeroever met Ludwigshafen ligt in de deelstaat Rheinland-Pfalz en de rechteroever met Mannheim ligt in de deelstaat Baden-Württemberg! Het zijn eigenlijk drie bruggen die er allemaal verschillend uitzien en uit verschillende tijdperken stammen: de verkeersbrug met een trambaan en twee spoorbruggen, waarvan de ene voor de S-Bahn is (sinds 1999) en de andere voor het treinverkeer. Vrijdagmiddag ben ik ook over deze brug Mannheim binnengekomen. Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog heeft het Duitse leger de verkeersbrug en de oudste spoorbrug opgeblazen. In de tijd na de oorlog lagen er noodbruggen. De huidige verkeersbrug is op dezelfde plek herbouwd tussen 1956 en 1959 en heette toen gewoon “Rheinbrücke“. In 1969 is zij vernoemd naar de eerste naoorlogse bondskanselier Konrad Adenauer (1876–1967).

20230702_132744 (2)
Mannheim: zicht in westelijke richting vanaf het midden van de Konrad-Adenauer-Brücke brug op de Rijn – links ligt Ludwigshafen (deelstaat Rheinland-Pfalz) en rechts Mannheim (deelstaat Baden-Württemberg)
De Oststadt – de Kunsthalle en omgeving

Zoals hiervoor al aangegeven is het stadsdeel Oststadt pas aan het einde van de 19e eeuw ontwikkeld. Het wordt gekenmerkt door indrukwekkende gebouwen, meestal van rood zandsteen. Aan de westzijde staat de Mannheimer Wasserturm in een prachtig aangelegd parklandschap met fonteinen, het Friedrichsplatz Plein. Aan beide kanten van dit langgerekte park domineren grote gebouwen het stadsbeeld: o.a. de Kunsthalle aan de zuidzijde en het Rosengarten congrescentrum aan de noordzijde. Vanaf de Friedrichsplatz loopt de brede Augustaanlage naar het oosten, een brede met bomen omzoomde allee met aan weerszijden ook weer chic uitziende woonblokken.

Bij mijn wandelingen door de Oststadt kwam ik op vrijdag als eerste uit bij de Kunsthalle, een museum voor moderne en hedendaagse kunst met een grote verzameling schilderijen, beelden en grafisch werk uit de 19e en 20e eeuw. Het gebouw werd in 1907 geopend ter gelegenheid van het driehonderdjarige bestaan van Mannheim. De Kunsthalle met de indrukwekkende Jugendstilgevel in rood zandsteen is ontworpen door de architect Hermann Billing (1867–1946), die als de belangrijkste architect van de Jugendstil in Zuidwest-Duitsland geldt. De ingang ligt niet, zoals verwacht zou worden bij zo’n prestigeobject, op het noorden, aan de kant van het Friedrichsplatz Plein, maar op het zuiden. Men had destijds de ruimte gereserveerd voor de bouw van een ander museum, maar toen dat in 1960 in het Arsenaal, het Zeughaus, in de binnenstad, werd ondergebracht, maakte men plannen voor noodzakelijke nieuwbouw, die in 1983 werd geopend. Daarmee kwam de nieuwe ingang wel aan het plein te liggen. De laatste uitbreiding dateert uit 2018. De nadruk bij de collectie heeft steeds gelegen op moderne, vernieuwende kunststromingen. In 1925 organiseerde de toenmalige directeur een tentoonstelling onder de titel “Neue Sachlichkeit”, de “Nieuwe Zakelijkheid”: een stijl in de periode van 1918 tot 1933 waarbij als reactie op het expressionisme juist alledaagse onderwerpen emotieloos en simplistisch werden weergegeven. Dat werd een groot succes. Aan deze ontwikkelingen kwam in 1933 een abrupt einde, toen de nationaalsocialisten aan de macht kwamen: die vonden deze kunst “entartet” en hebben toen vele kunstwerken laten verwijderen. Enkele jaren later kwam een tweede “opruimronde”, waarbij nog meer kunstwerken verdwenen: vele zijn niet meer teruggevonden, terwijl anderen via veilingen aangekocht werden door andere musea over de gehele wereld. De Tweede Wereldoorlog is ook aan dit gebouw niet ongemerkt voorbijgegaan: pas in 1949 konden delen van de overgebleven collectie – die tijdens de Tweede Wereldoorlog elders was ondergebracht – weer getoond worden in het gerestaureerde museum.

20230630_163406 (2)
Mannheim: zicht op de Jugendstilfaçade van het oude gedeelte van de Kunsthalle uit 1907 met rechts het nieuwe gedeelte uit 1983
20230630_162950 (2)
Mannheim: close-up van de Jugendstilfaçade van het oude gedeelte van de Kunsthalle uit 1907

Behalve de leeuwen in rood zandsteen bij de toegang van het Kunsthalle Museum stond er ook nog een indrukwekkend beeld van een leeuw in brons aan de zuidzijde van het meer dan honderd jaar oude park ten noorden van het Museum. Deze “Schreitender Löwe” (de Schrijdende Leeuw) is in 1940 ontworpen door de Duitse beeldhouwer Phillipp Harth (1887–1968), die gespecialiseerd was in het maken van grote dierplastieken (een brullende tijger in brons uit 1936 staat ook bij het museum). Hoewel hij aanvankelijk een voorstander was van het naziregime, werd hij wel steeds kritischer over de wijze waarop het regime over kunst oordeelde. Dat leverde hem zelfs een arrestatie door de Gestapo op. Toch stond hij op de in augustus 1944 opgestelde “Gottbegnadeten-Liste“, een lijst met meer dan 1.000 namen van kunstenaars die onmisbaar zouden zijn voor het Derde Rijk en die dus vrijgesteld waren van militaire dienst. Dit alles doet niets af aan de schoonheid van deze koninklijk voortschrijdende leeuw…

20230630_163856 (2)
Mannheim: bij het park van het Friedrichsplatz plein bij de Mannheimer Wasserturm toren staat het bronzen beeld “Schreitender Löwe” van de Duitse beeldhouwer Philipp Harth (1885-1968)
De Mannheimer Watertoren uit 1889

De stad Mannheim heeft in totaal 18 watertorens – dat zijn er meer dan in andere steden van gelijke omvang! Dit komt omdat Mannheim van oudsher een belangrijke industriestad is geweest. Aan de westzijde van de Oststadt, aan het Friedrichsplatz plein, staat de Mannheimer Watertoren die tegenwoordig als het icoon van de stad wordt gezien: een watertoren in de stijl van de neobarok uit 1889 in een mooi aangelegd park. De stad in opkomst wilde met de bouw van deze watertoren in technisch en stedenbouwkundig opzicht een statement maken. Daarom moest de vormgeving bijzonder, imposant en tijdloos zijn: een combinatie van neobarok en de stijl van de pronkgebouwen uit de Oudheid. Vandaag de dag vormt de watertoren met zijn omgeving het grootste aaneengesloten en samenhangende complex van de Duitse Jugendstil. Het ontwerp van de architect Gustav Halmhuber (1862–1936), die toen pas 23 jaar oud was, werd uit 74 inzendingen gekozen. Waar de andere architecten steeds weer kozen voor ijzer als materiaal, koos Halmhuber voor geel zandsteen. Ook had hij zich sterk laten inspireren door de Romeinse Oudheid. Het gebouw is 60 meter hoog en bestaat uit vier bouwlagen. Gustav Halmhuber had het ontwerp voor de buitenzijde gemaakt– de Oostenrijkse bouwkundig ingenieur Oskar Smreker (1854–1935), die de stad al enkele jaren tevoren had geadviseerd over de watertoevoer in Mannheim, zorgde voor de technische kant. Omdat op grote hoogte het waterreservoir moest komen, veranderde daardoor het ontwerp nog wel enigszins.

20230630_164435 (2)
Mannheim: zicht op de westzijde van de Mannheimer Wasserturm watertoren uit 1889, gebouwd naar een ontwerp van Gustav Halmhuber (1862-1936) met een vijver met fonteinen op de voorgrond

De beelden die de toren omringen zijn gemaakt door de Duitse beeldhouwer Ernst Westphal (1851–1926): opvallend zijn de twee grote sfinxen aan de westzijde van de watertoren en een zeegod als waterspuwer in de vorm van een zeegod met een grote schelp op het hoofd aan de zuidzijde.

Aan de westzijde van de watertoren ligt een fraaie vijver met een centrale fontein en vier beeldengroepen van waternimfen (nixen) en zeegoden (tritons) die het “water”-element benadrukken. Ook hier had het verval in de loop der jaren zijn tol geëist, maar de vereniging Stadtbild Mannheim e.V. die zich al had ontfermt over de Marktbrunnen fontein, kwam ook hierbij te hulp: met allerlei crowdfunding-acties verzamelde zij genoeg geld om de versleten figuren opnieuw te laten gieten, maar nu in brons. In 1999 werden de beelden teruggeplaatst.

20230630_164636 (2)
Mannheim: zicht vanaf de westzijde van de Mannheimer Wasserturm op de grote vijver met fonteinen en beelden van waternimfen en zeegoden

Johannes Hoffart (1851–1921) ontwierp het in koperplaat uitgevoerde beeld van Amphitrite, de echtgenote van de zeegod Poseidon uit de Griekse mythologie. Tijdens de Tweede Wereldoorlog liep ook de watertoren grote schade op: het koperen dak was verdwenen en daarmee ook het beeld van Amphitrite. Het grote waterreservoir daarentegen was nauwelijks beschadigd… Toen het naoorlogse nooddak weer vervangen was door een op het origineel lijkend dak, heeft in de jaren 1960 een andere metaalkunstenaar, Hayno Focken (1905–1968), het beeld nagemaakt. In 1986–1987 is de toren gerestaureerd en als beschermd monument geregistreerd. Tot 2000 werd de toren nog gebruikt als “reservevat”, maar nu niet meer.

Met het oog op de viering van het 400-jarig bestaan van de stad Mannheim in 2007 is het park geheel opgeknapt: in september 2006 kon het vernieuwde park worden ingewijd. Het initiatief hiertoe is genomen door de hiervoor al genoemde vereniging Stadtbild Mannheim e.V. Het grootste gedeelte van het benodigde geld kwam van de deelstaat Baden-Württemberg en van de stad Mannheim, maar zeker ook van de vereniging die wederom vele sponsoren vond. De pergola’s waren na de Tweede Wereldoorlog maar gedeeltelijk hersteld: nu werden zij aan beide zijden met 12 meter verlengd tot aan de zijwegen naar de “Rosengarten” en naar de Kunsthalle. Ook werden vier extra steles halverwege en twee steles aan het slot (met een kop uit zandsteen) gereconstrueerd of nieuw gemaakt en opgesteld.

Verder werden de vier grote trappen (in totaal 900 meter!) opgeknapt, de wegen geëgaliseerd en de boordstenen langs de bloembedden vervangen. Er waren nog 22 Jugendstil-lantaarns op een opengewerkte staander over: deze moesten gezandstraald en opnieuw geverfd worden. Ook werden de lampen op de zandstenen sokkels bij de trappen en op dan wel in de pergola’s aangepakt. De oorspronkelijke lantaarns waren geheel vergaan. Toen ik op de Bundesgartenschau was, kwam ik ook in een ruimte waar de vereniging Stadtbild Mannheim e.V. een expositie had ingericht met o.a. enkele van de oorspronkelijke lantaarns. Oeps…, wat een gecorrodeerde toestand! Maar ook: wat een prachtige kopieën staan er nu in en om het Friedrichsplatz Plein! Deze vervangende lantaarns zijn van weersbestendig aluminium en voorzien van Ledverlichting: mooi te zien hoe traditie goed kan samengaan met hedendaagse technologie!

Aan de oostzijde van de watertoren is een bronzen plaquette bevestigd met de details van het bouwwerk en van de fonteinen: niet alleen de geschiedenis van de totstandkoming en de technische gegevens, maar ook de tijden waarop de fonteinen werken. Zodra de straatverlichting wordt ontstoken wordt doordeweeks het water van de fonteinen wit verlicht, maar in de weekenden zelfs in kleur! Kleurrijk waren ook de felrode geraniums die in een grote gietijzeren bloemenvaas op een sokkel uitbundig stonden te bloeien!

Vanaf de voet van de watertoren stroomt het water over een lange cascade in een grote, ronde vijver met vele fonteinen. Aan weerszijden van het dansende water zijn brede trappen – mensen waren op de rand van de cascade gaan zitten en speelden met het langsstromende water. Er was een mooi, wijds uitzicht op de hoge Jugendstilgebouwen aan de oostzijde van het park. Waar de cascade overgaat in de vijver staan twee beeldengroepen van zandsteen met centaurs. Kijkend naar het westen lijkt de watertoren klein achter het opstuivende water van de fonteinen!

20230630_164707 (2)
Mannheim: zicht vanaf de Mannheimer Wasserturm in het Friedrichplats Plein over de grote vijver met fonteinen en centaurs aan de voet van de cascade en de Jugendstilgebouwen in de verte
20230630_165414 (2)
Mannheim: zicht over de ronde vijver met de fonteinen op het Friedrichsplatz Plein naar het westen op de Mannheimer Wasserturm

Vooral aan de zuidzijde van het plein is het groene karakter ervan goed te zien: het mooi onderhouden grasveld met de brede hagen, de oude bomen en de sierlijke lantaarns nodigen echt uit om even te gaan zitten!

20230630_163918 (2)
Mannheim: zicht op de zuidzijde van het Friedrichplatz plein, het landschapspark bij de Mannheimer Wasserturm uit het begin van de 20e eeuw

Als afsluiting van het park aan de oostzijde staat de nogal kolossale, uit zandsteen opgetrokken Atlantenbrunnen fontein uit 1914. In 2003 is ook dit ensemble gerestaureerd door de vereniging Stadtbild Mannheim e.V.. De gestileerd weergegeven “atlanten” dragen het plateau, waarop – zoals een bronzen informatiebord weergeeft – oorspronkelijk het standbeeld voor Groothertog Friedrich I. van Baden (1826–1907) had moeten verrijzen, maar dat nu dienst doet als platform voor een prachtig uitzicht over het park tot aan de watertoren.

20230630_165451 (2)
Mannheim: zicht op de Atlantenbrunnen fontein uit 1914 aan de oostzijde van het Friedrichsplatz plein in het stadsdeel Oststadt met de Jugendstil woonblokken

De “Rosengarten” aan de noordzijde van het Friedrichsplatz Plein is een concert- en congrescentrum dat net als de omgeving rond de Mannheimer Wasserturm werd ontworpen door de Duitse architect Bruno Schmidt (1858–1916) en van 1900 tot 1903 in Jugendstil werd gebouwd. De grootste zaal bood toen plaats aan 6.000 bezoekers! Wat meteen opvalt bij het gebouw zijn het hoekige dak van groen geglazuurde pannen dat contrasteert met het gebouw zelf dat is opgetrokken in rood zandsteen. De Rosengarten werd in de Tweede Wereldoorlog erg beschadigd: men heeft alleen het historische frontgedeelte, het dak en een van de concertzalen gerestaureerd dan wel herbouwd. In 1974 is achter de façade een geheel nieuwe uitbouw neergezet – bij een latere verbouwing is de totale oppervlakte ongeveer verdubbeld. De façade ziet er indrukwekkend uit met al die beeldhouwwerken in dat rode zandsteen! Iets van dat rode weerkaatst in het groene pannendak.

20230702_132517 (2)
Mannheim: zicht op de ingang van het concert- en congrescentrum Rosengarten uit 1903 met de Jugendstil beeldhouwwerken in rood zandsteen, o.a. Mozart

Uit ongeveer dezelfde tijd dateert een kerk die op een pleintje, een paar straten meer naar het noordoosten, staat de protestantse Christuskirche kerk uit 1911. De toenemende industrialisatie rond de vorige eeuwwisseling bracht mee dat ook het aantal inwoners van de stad sterk toenam. Omdat er ook vele niet-katholieken naar Mannheim kwamen, werd de vraag naar protestantse kerken groter. In het nieuwe en welvarende stadsdeel Oststadt moest daarom ook een nieuwe kerk komen: de keuze viel op het ontwerp voor de Christuskirche kerk van de Duitse architect Christian Schrade (1876–1964), die een leerling was van de architect Gustav Halmhuber die de Mannheimer Wasserturm ontworpen had. De 65 meter hoge kerk werd tussen 1907 en 1911 gebouwd in de Jugendstil met neo-barokke invloeden gebouwd: het lichte zandsteen en de groene koper van het dak geven de kerk een kleurrijke aanblik, terwijl de koepeltoren met daarop de goudkleurige aartsengel Michael met de klaroen een van de blikvangers is. Op de façade van de kerk is bovenin een groot driehoekig reliëf aangebracht met de uitbeelding van de worden van Jezus uit het Evangelie van Mattheus “Kommt her zu mir, alle, die ihr mühselig und beladen seid” (11:28: Kom naar Mij toe, allen die vermoeid en belast zijn […]). Ook boven en aan weerszijden de toegangsdeur zijn beeldhouwwerken met taferelen uit het leven van Jezus te zien. De kerk zelf is door de hoogte en de omvang een indrukwekkend gebouw en staat midden op een groot plein – een brede baan met een fraai geometrisch mozaïek leidt naar de toegangsdeur. Dit mozaïek was in de loop van de tijd nogal beschadigd geraakt: daarom had de stad Mannheim met het oog op het 100-jarig bestaan van de kerk toegezegd om de sanering van het plein te verzorgen, maar toen dat te duur werd heeft ook hier weer de vereniging Stadtbild Mannheim e.V. de kosten voor haar rekening genomen. Ruim op tijd voor het jubileum lag het kerkplein er weer prachtig bij!

In een halve cirkel rond het Friedrichsplatz Plein zijn oostelijk van het Rosengarten-congresgebouw in dezelfde tijd, en ook in de Jugendstil, vier woonblokken gebouwd: twee ten noorden van het park en twee ten zuiden ervan. Deze woonblokken zijn voorzien van arcaden, die door de vele restaurantjes als terras worden gebruikt. Ondanks dat ze al meer dan 100 jaar oud zijn, zien ze er toch – zeker van een afstand – heel modern uit. Ze hebben vele mooi uitgewerkte details, zoals gestileerd gebeeldhouwde koppen boven de deuren en ramen.

Aan de oostzijde van het park staat het uit vulkaangesteente gehouwen kunstwerk Das Rad/La Roue van de oorspronkelijk uit Polen afkomstige Franse kunstenaar Morici Lipsi (1898–1986) op het plateau van de Atlantenbrunnen fontein. Zo wordt de overgang van het Friedrichsplatz Plein naar de brede Augustaanlage allee gemaakt. Het stenen “wiel” is in 1960 tot stand gekomen, in 1964 door de stad Mannheim aangekocht en in een jaar later in de stad opgesteld. Het kreeg de bijnaam “Mühlrad” (molensteen). Nadat een vrachtwagen het kunstwerk in 1969 omvergereden had, vertoonde het scheurtjes, die ondanks de reparatie volgens mij nog te zien zijn. Nadat het een paar jaar bij de Kunsthalle had gestaan, kreeg het in 1975 de plek waar het nu staat. Het is grappig om door het gat in het wiel een blik te kunnen werpen op de top van de watertoren!

De Skulpturenmeile op de Augustaanlage

Het kunstwerk “Das Rad/La Roue” vormt het begin van de Skulpturenmeile op de Augustaanlage allee en sluit ook wat thema “vervoer” betreft aan bij het kunstwerk uit 1933 voor de uit Mannheim afkomstige Carl Benz (1844–1929), de ontwikkelaar van de eerste automobiel. Dit grote rechthoekige kunstwerk uit kalksteen is een eerbetoon aan Carl Benz en is ontworpen door de Duitse beeldhouwer en glaskunstenaar Max Laeuger (1864–1952). Op de voorzijde van het gedenkteken is in reliëf een man afgebeeld die in een werkjas bij de eerste auto staat. Het is ook het eerste monument dat voor een technicus is opgericht.

20230630_165840 (2)
Mannheim: aan de westzijde van de Augustaanlage staat het monument uit 1933 ter ere van Carl Benz (1844-1929), de bouwer van de eerste automobiel, door de beeldhouwer Max Laeuger (1864-1952)

Naast dit stenen “Benz-Denkmal” staat sinds 2008 een in brons nagemaakte “oer-auto” zoals die door Benz is ontwikkeld. Het kunstwerk is door het huidige concern Mercedes-Benz aangeboden. Het is geestig om te zien hoe dit model eruitziet alsof een onzichtbaar paard het vervoermiddel voorttrekt! Het lijkt allang niet meer op het “blik” dat de parkeerstroken van de Augustaanlage (ont)siert…

20230630_165807 (2)
Mannheim: een bronzen replica van de eerste auto die Carl Benz (1844-1929) gemaakt heeft staat sinds 2008 op de Augustaanlage bij het monument voor hem uit 1933

Op een informatiezuil bij de monumenten staat behalve het nodige over het eerste uur van de automobiel ook een (ongedateerde) foto van de familie Benz tijdens een zondagsuitje naar Weinheim, een plaats ten noordoosten van Mannheim – een tocht van zo’n 15 kilometer. Voorop rijdt de Benz Phaeton die, geëmancipeerd, wordt bestuurd door de oudste dochter, met haar zuster ernaast. Daarachter rijdt de Benz Velo uit 1894, met Benz jr. aan het stuur en Carl Benz zelf ernaast. Op de achterbank zitten Bertha Benz en haar moeder. Het is best een aandoenlijk tafereel!

20230630_165729 (2)
Mannheim: op de Augustaanlage allee staat op een informatiepaneel bij de monumenten voor de automobielpionier Carl Benz (1844-1929) een foto van de familie Benz bij een zondagsritje met de auto

Op de brede met bomen afgezette middenstrook van de Augustaanlage allee staan nog meer kunstwerken, waarvan ik niet weet of ik ze mooi moet vinden of alleen maar “passend in de ruimte”… Zo staat er voor het moderne gebouw van de Mannheimer Kunstverein een abstract kunstwerk uit roestig ijzer, “Gestützes Gefüge” uit 1992, van de Duitse kunstenaar Reinhard Scherer (*1948) en bijna aan het oostelijke einde van de allee het kunstwerk bestaande uit polyester en kunststof buizen, “Ohne Titel (Turm)” uit 1972 van de Duitse kunstenaar Hans Nagel (1926–1978).

Voor een fleurige noot zorgden twee houten bloembakken met uitbundig groeiende en bloeiende planten als voorproefje voor de Bundesgartenschau, de BUGA: op het in aquamarijn en in fel geel geschilderde ruwe hout stond de kreet “Beste Aussichten“. Ik kon mij die vrijdagmiddag al verheugen op mijn weekendje op de BUGA!

Halverwege de Augustaanlage staat het groots opgezette kunstwerk van vierkanten massief-stalen palen, “Eisenspiel für Mannheim“, uit 1993 van de Duitse kunstenaar Robert Schad (*1953). Het vormt wel een contrast met de bomen die er bij staan, maar de stalen constructies lijken ook bijna te dansen!

20230630_170449 (2)
Mannheim: in het midden van de Augustaanlage, de allee door de Oststadt staat het kunstwerk uit roestig-metalen buizen, “Eisenspiel für Mannheim”, uit 1993 door de Duitse Kunstenaar Robert Schad (*1953)

Vanaf de meest oostelijke zijde van de Augustaanlage allee was het maar een paar minuten lopen naar het hotel. Op beide dagen heb ik vooral genoten van de Oststadt met haar mooie, kloeke gebouwen van rood zandsteen uit een tijd dat de toekomst alleen maar positief leek, terwijl er toen al “tekenen aan de wand” waren dat die toekomst niet zo rooskleurig zou uitpakken… Ik merk wel dat ruim een eeuw later – en vooral heel veel pijn en leed verder – de mensen hier enorm hun best blijven doen om hun stad in oude luister te herstellen. Willen ze daarmee iets van de verschrikkingen uit de achterliggende periode van de 20e eeuw die ook hen hebben getroffen, een betere plek geven…? Misschien wel: in de afgelopen dagen meende ik dat te zien. Ik kan hen daarbij alleen maar sterkte en inspiratie toewensen.

2 reacties

  1. Paul

    Een verhaal over een stad die ik alleen ken van naam. Leuk om te lezen dat er zoveel bijzonders te zien is in een stad waar de meeste mensen aan voorbijrijden op weg naar het zuiden.

  2. Erik

    Mooi verhaal over Mannheim, stad in 2 delen met een schaakbord als centrum. Via google nog even gezocht naar het “Stadtplan” wat ook goed het schaakbord weergeeft, maar ook via inzoomen lukt op het plaatje waarmee het verhaal begint. De foto’s zijn een fantastische aanvulling op het verhaal. Mooi verhaal over het oorlogsverleden en de ambitie om de stad weer terug te brengen in oude glorie, met uiteindelijk ook het beeld van de diverse vrouwen die zorgden voor wederopbouw. Ook het gedeelte over de moderne kunst die toch in 1933 ineens niet meer zo gewaardeerd werd. Ik kwam hetzelfde verhaal tegen in een boek die die tijd beschrijft in Duitsland, als biografie van een Britse dichter die Duitsland in die tijd bezocht (1929 en 1931) en daarin al het verschil beschrijft tussen het vrije Duitsland en de opkomst van het nazisme; ik lees dit nu ook hier weer terug. Kortom: weer genoten van een goed geschreven verhaal.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

© 2024 Wandelen in de bergen

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑